|
Veertig klapstoelen heb ik in augustus gekocht, tweedehands, van een kerk die de deuren ging sluiten. Pas toen ze opgevouwen tegen de kast met reisboeken stonden, begon ik echt na te denken over wat er verder nodig was om van mijn antiquariaat een plek te maken waar je op een donderdagavond naar een schrijver kunt luisteren. De winkel zit in een smal pand in de Zwolse binnenstad, een paar minuten lopen van de Sassenpoort. Beneden de verkoop, boven de opslag en een keukentje. Het pand is oud, de planken vloer kraakt bij elke stap, en de elektra is door de jaren heen aangevuld door eigenaren die vooral wilden dat er licht brandde boven de kassa. Voor een tweedehandsboekwinkel was dat genoeg. Boeken vragen geen stroom. Een avondprogramma vraagt iets anders van een pandLezingen en signeersessies wel. Een spreker wil een microfoon, het publiek achterin wil verstaan wat er gezegd wordt, en wie over een fotoboek of een stadsgeschiedenis vertelt, wil beelden laten zien. Dat betekent een kleine geluidsset, een beamer aan het plafond en voorin een tafel met een leeslamp en een laptop. Bij de proefavond in september, met een bevriende dichter en twintig vaste klanten, liep er een verlengsnoer van de toonbank dwars door het middenpad naar voren. Twee mensen zijn erover gestruikeld. Een van hen was de dichter. Dat was voor mij het moment om het zakelijk aan te pakken. Als je mensen uitnodigt, wil je dat ze veilig naar binnen en weer naar buiten gaan, en ik wilde niet dat een snoer over de vloer de reden werd dat iemand met een gekneusde pols naar huis ging. Ik heb een elektricien Zwolle gevraagd om met mij door het pand te lopen, met een schets van de opstelling die ik voor ogen had: rijen stoelen, een looppad en een spreekplek voor de kast met poëzie. Vloerdozen tussen oude plankenDe groepenkast was het eerste punt. Het hele pand hing aan een paar groepen, terwijl de beamer, het geluid, de verlichting en het koffiezetapparaat boven op zo’n avond allemaal tegelijk aan staan. Er kwam een extra groep bij voor de voorkant van de winkel. Vanaf daar zijn twee vloerdozen in de planken gezet, een bij de spreekplek en een halverwege de zaal, waar na afloop wordt gesigneerd. Omdat er onder de vloer een kruipruimte zit, konden de leidingen eronderdoor zonder dat er een kast verschoven hoefde te worden. De deksels liggen vlak in de vloer. Op een gewone dag zie je ze nauwelijks. Voor de beamer kwam er een aansluiting in het plafond, met een beeldkabel langs een balk naar de vloerdoos voorin. De speakers hangen hoog aan de wand, en een paar stopcontacten zijn verplaatst naar plekken waar ze niet meer achter een boekenkast verdwijnen. In een oud winkelpand zitten stopcontacten opvallend vaak achter iets zwaars. Wat het de winkel oplevertDe eerste echte avond was half oktober. Een schrijver uit de regio vertelde over een roman die zich voor een deel aan de Thorbeckegracht afspeelt, en de stoelen waren allemaal bezet. Na afloop stond er een rij bij de signeertafel tot aan de deur, en ongeveer de helft van die mensen liep daarna nog even langs de kasten. Dat had ik niet voorzien. Een lezing haalt mensen binnen die anders langs de etalage waren gelopen, en wie eenmaal binnen is, neemt vaak meer mee dan dat ene gesigneerde boek. Een collega met een platenzaak verderop vroeg de volgende ochtend al wie het werk had gedaan, en zocht diezelfde dag naar een elektricien Zwolle om naar zijn eigen kelder te kijken. Tot de kerst staan er nu zes avonden gepland. Overdag liggen de klapstoelen opgevouwen in de opslag, en wie op een dinsdagmiddag binnenloopt, ziet een gewone boekwinkel met twee metalen deksels in de vloer. Het verlengsnoer ligt niet meer in de winkel. Dat heb ik mee naar huis genomen, voor de kerstboom. |
Voor de eerste lezing moest ons oude winkelpand in Zwolle aan de stroom
- Bedrijven
- Gepubliceerd door Boek op zoek
